Monthly Archives

november 2020

Oproep Tweede Kamer: Maak ruimte voor vrijwilligers in het natuurbeheer

By | Uncategorized | No Comments

foto: wordpress.com | Deze week debatteert de Tweede Kamer over de begroting voor het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV). De Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging roept de Tweede Kamer op om meer ruimte te creëren voor natuurbeheerders in Nederland. Daarmee kunnen jagers, boeren en landeigenaren een positieve rol spelen in natuurbehoud en het beteugelen van maatschappelijke kosten. Op dinsdag 24 november is de inbreng van de verschillende Kamerleden en op 25 november reageert Minister Schouten.

Het huidige systeem van het voorkomen en vergoeden van faunaschade behoeft dringend verbetering, want schadebedragen nemen jaarlijks toe, de bereidheid van de overheid om tegemoetkomingen te blijven betalen neemt af en de juridische procedures stapelen zich op. Daarnaast neemt de acceptatie van de jacht steeds verder toe in Nederland.

Stijgende schadepost
Overmatige aantallen in het wild levende dieren veroorzaken natuurschade, bedreigen het weg- en vliegverkeer en brengen schade toe aan landbouwgewassen. De aan boeren uitbetaalde schadevergoedingen zijn sinds de inwerkingtreding van de Flora- en faunawet (2002) enorm toegenomen: van 6 miljoen euro in 2006 naar bijna 26 miljoen euro in 2019. CLM-onderzoek uit 2013 toont bovendien aan dat de daadwerkelijke schade op het boerenland een factor vijf hoger is en voor 90% door ganzen wordt veroorzaakt. Daarmee zou de daadwerkelijke schade aan de landbouw op €110 miljoen uitkomen in 2019.

Naast schade voor de landbouw vormen wilde dieren ook een risico voor verkeer (ongeveer €26 miljoen per jaar). En door ongeveer 250 botsingen met vogels ook voor de vliegveiligheid. Om deze maatschappelijke kosten te voorkomen en alle belangen in balans te houden, is beheer noodzakelijk. Het gaat daarbij met name om ganzen, wilde zwijnen en reeën. Aan de andere levert consumptie van wild ook een bijdrage aan een duurzamere samenleving.

De overheid vraagt steeds meer inspanningen op het gebied van schadepreventie en maakt tegelijkertijd de regels voor het beheer van schadeveroorzakende diersoorten steeds complexer en moeilijker uitvoerbaar. Sira Consulting publiceerde in 2019 een rapport waaruit blijkt dat jagers en WBE’s gezamenlijk ruim 730.000 uur (ruim 400 FTE) per jaar besteden om te voldoen aan alle administratieve verplichtingen. Het faunabeheer in Nederland kan eenvoudiger, efficiënt en beter in lijn Europa.

Beter natuurbeheer vraagt om betere regelgeving
Jacht is de basis voor faunabeheer in Nederland. De jacht is een integraal onderdeel van faunabeheer, met het oogmerk de soortenrijkdom te bevorderen en schade door in het wild levende dieren te beperken. Veel schadeveroorzakende diersoorten worden op dit moment beheerd op basis van provinciale vergunningen. Deze wet- en regelgeving voor populatiebeheer en schadebestrijding van in het wild levende diersoorten is op dit moment per provincie verschillend en complex.

Deze provinciaal versnipperde aanpak van landbouwschadepreventie en wildbeheer is kostbaar, bureaucratisch en in toenemende mate gejuridiseerd. De verantwoordelijkheden voor landbouw, natuurbeheer, schadepreventie en schadevergoeding zijn nu uit elkaar getrokken, hetgeen een gebalanceerde, integrale benadering bemoeilijkt. Daardoor lopen de schadecijfers op, neemt de soortenrijkdom af en moeten in toenemende mate drastische preventie- en bestrijdingsmaatregelen genomen worden. Evenwichtig populatiebeheer staat dus onder druk.

Nationale Wildlijst
Er zijn drie voorwaarden waaraan voldaan moet worden om een soort op de Nationale Wildlijst te plaatsen: ten eerste moet het een eetbare of schadeveroorzakende diersoort zijn, ten tweede moet de staat van instandhouding van de soort op landsniveau goed zijn, en ten derde moet de staat van instandhouding van de betreffende wildsoort niet in gevaar komen door bejaging. Op dit moment voldoen in Nederland in ieder geval de grauwe gans, kolgans, smient, ree, edelhert, damhert, wild zwijn, houtduif, wilde eend, fazant, haas en konijn aan deze voorwaarden.

Rode lijst: stel Autoriteit Faunagegevens in
Recentelijk werd de rode lijst zoogdieren gepubliceerd, waarbij het haas en konijn zijn opgenomen in de laagste categorie, ‘gevoelig’. In de toelichting schreef de minister dat deze soorten niet bedreigd worden: ze komen algemeen voor en de staat van instandhouding is zeker niet in het geding. Het sluiten van de jacht op haas en konijn of het schrappen van deze soorten van de wildlijst zou daarom ongefundeerd en onwettig zijn.

De Jagersvereniging is kritisch op het basisrapport dat ten grondslag ligt van de rode lijst. Het belangrijkste probleem is dat de situatie anno nu wordt vergeleken met het referentiejaar 1950. Er zijn voor haas en konijn echter nauwelijks betrouwbare gegevens voor dat jaartal.  Bovendien is Nederland zo sterk veranderd dat vergelijkingen met 70 jaar geleden een weinig realistisch beeld voor de toekomst schetsen. Ook is er alleen gebruik gemaakt van gegevens uit het monitoringsprogramma ‘dagactieve zoogdieren’, waarin vogelaars van Sovon zoogdieren meetellen wanneer ze broedvogels tellen. Cruciale gegevens van de jagers zijn dit keer niet meegenomen, zoals de kleinwild- en reewildtellingen. Deze tellingen worden op dit moment wel gebruikt voor het provinciale faunabeleid.

De Jagersvereniging vindt dat er een Nederlandse Autoriteit Faunagegevens moet worden ingesteld om de minister van LNV en de provinciale overheden te voorzien van objectieve en goed onderbouwde tellingen en rapportages, waarbij alle relevante informatie wordt meegenomen en waarbij realistische en internationaal erkende referentieperiodes worden gebruikt.

Verbetering faunabeleid: geef ruimte aan vrijwillige jagers
Op dit moment kent Nederland als enige land in Europa een zeer restrictief faunabeleid, wat leidt tot veel onnodige belemmerende regelgeving voor de vrijwillige uitvoerders. De Jagersvereniging pleit er daarom voor dat – in lijn met de Europese regelgeving en de ons omringende landen – jacht de basis vormt voor het faunabeheer. De diersoorten die in zodanig grote aantallen voorkomen dat ze maatschappelijke, ecologische en economische schade veroorzaken, zouden ook in Nederland onder het jachtregime moeten worden beheerd. De Nationale Wildlijst zou daarom moeten worden uitgebreid met ganzen, reeën, wilde zwijnen, edelherten, damherten en smienten.

Onze ideeën zijn verder uitgewerkt in ons position paper voor de Tweede Kamerverkiezingen: https://www.jagersvereniging.nl/tk2021/.

Bron: jagersvereniging

Vogelgriep op pluimveebedrijf in Witmarsum

By | Uncategorized | No Comments

Op 21 november is vogelgriep vastgesteld op een pluimveebedrijf in Witmarsum. In verband daarmee is in een gebied met een straal van ca 10 km de jacht op eenden verboden en is het ook verboden om te jagen in gebieden waar dat watervogels kan verstoren.

Ter verduidelijking: Met jagen wordt óók bedoeld afschot dat in het kader van schadebestrijding wordt uitgevoerd. Verder vallen ganzen onder watervogels.

Concreet betekent ditkaart-witmarsum-10km.png dus dat in het betreffende gebied:

  •             de jacht op wilde eend is gesloten,
  •             dat geen schadebestrijding op ganzen mag worden uitgevoerd
  •             en dat de jacht op andere wildsoorten dan wilde eend is verboden wanneer daardoor watervogels (eenden, zwanen, ganzen) worden verstoord.

Een kaart van het betreffende gebied is te vinden op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vogelgriep/documenten/kaarten/2020/11/21/kaart-vervoersbeperkingsgebied-witmarsum

De maatregelen zijn na te lezen op https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/vogelgriep/documenten/regelingen/2020/11/21/regeling-maatregelen-beschermings–en-toezichtsgebied-hoogpathogene-vogelgriep-witmarsum-2020.

De passages over de jacht staan in artikel 19.

De maatregelen zijn ingegaan op 21 november 2020

Bron: FBE Frieslan

Hulp gevraagd: onderzoek residuen van gewasbeschermingsmiddelen in vogels

By | Uncategorized | No Comments

Foto: Zoom.nl De afdeling ecologie van de Jagersvereniging vraagt u medewerking te verlenen aan het onderzoek van Aafke Saarloos, promovendus aan de universiteit van Wageningen, vakgroep Toxicologie. Aafke doet onderzoek naar residuen van gewasbeschermingsmiddelen in vogels. Hiervoor zou zij jagers willen vragen om levers van fazanten, grauwe ganzen en houtduiven te verzamelen.

De laatste jaren neemt de populatieomvang van een aantal trekvogels af. Één van de risicofactoren hierin is de mogelijke blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen. In het onderzoek gaat Aafke na óf en welke gewasbeschermingsmiddelen eventueel teruggevonden kunnen worden in de levers van vogels. Hiervoor worden dood gevonden vogels afgezet tegen de geschoten dieren die als gezonde populatie worden gezien. Indien gewasbeschermingsmiddelen teruggevonden worden in de levers van de vogels, zal in een later stadium gekeken worden of deze stoffen mogelijk het afweersysteem van vogels vatbaarder maakt voor infecties, en of de stoffen invloed hebben op hun migratiegedrag.

Jagers die mee willen werken worden gevraagd om de levers van geschoten fazanten, grauwe ganzen en houtduiven te verzamelen. U dient de levers van geschoten dieren afzonderlijk te verpakken en ingevroren te bewaren. Zakjes kunnen naar u worden toegestuurd. Hoewel elke lever die verzameld kan worden er eentje is die het onderzoek verder kan helpen, vraagt Aafke of de jagers 10 levers per locatie/schietmoment zouden willen verzamelen. Aafke zal in ieder geval tot het najaar van 2021 levers van geschoten en/of dood gevonden vogels verzamelen.

Voor vragen of om u aan te melden kunt u per e-mail (aafke.saarloos@wur.nl) of telefonisch (06-52609995) contact opnemen met Aafke Saarloos. Via deze weg kunt u ook een afspraak met haar maken wanneer zij de levers bij u op kan komen halen.

Verkregen informatie zal niet te herleiden zijn naar individuele bedrijven of jagers. Ook zal gevraagde/ontwikkelde informatie nooit gebruikt worden om tot op bedrijfsniveau te achterhalen welke gewasbeschermingsmiddelen of iets dergelijks gebruikt zijn.

Situatie voor boerenlandvogels is onverbeterd

By | Uncategorized | No Comments

foto: www.vogelfotos.nl | De situatie voor boerenlandvogels is in de afgelopen vijf jaar onverbeterd; 2020 was een rampzalig broedjaar voor onder andere grutto en scholekster. De vogels in het open boerenland zoals de grutto en patrijs namen de laatste 30 jaar met bijna 70% af. Dat blijkt uit de Boerenlandvogelbalans.

Boerenlandvogelbalans
Vrijdag 30 oktober werd de nieuwe boerenlandvogelbalans door Donné Slangen, directeur Natuur en Biodiversiteit van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in ontvangst genomen. De balans is geschreven door SOVON, LandschappenNL en de Bond Friese VogelWachten (BFVW). De gegevens in deze balans zijn verzameld door vrijwilligers van deze organisaties.

De boerenlandvogels zijn een groep van 27 vogels welke opgedeeld kunnen worden in twee hoofdgroepen: openboerenlandvogels en erf- en struweelvogels. Deze tweede groep is in het algemeen stabiel gebleven met een aantal soorten die uitschieten. De vogels van het open boerenland zijn de afgelopen 30 jaar echter met 70% afgenomen.

Afname open boerenlandvogels
De open boerenlandvogels zoals de grutto, wulp en kievit tonen een negatieve ontwikkeling over de laatste 30 jaar. De balans laat zien dat er niet alleen een achteruitgang in aantallen te zien is maar, ook dat de verspreiding en het voortplantingssucces van deze soorten terugloopt. Het nestsucces voor grondbroeders is sinds 2015 sterk gedaald en lijkt niet te verbeteren. Dit lijkt een gevolg te zijn van een muizenpiek in 2014 die de predatorenaantallen heeft verhoogd. Waarom de jaren erna de reproductie niet is gestegen is onduidelijk.

Een combinatie van monocultuur, verdroging en toename van predatoren is volgens Inge van der Zee van de BFVW de reden voor de afname. Van der Zee denkt dat er snel flinke stappen gezet moeten worden om de situatie nog te kunnen verbeteren.

Lees hier de boerenlandvogelbalans 2020

Afname van weidevogels ondanks miljoenen investering

Minister Carola Schouten (ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid) kondigde in 2018 een investering van 40 miljoen euro aan voor plattelandsontwikkeling. Het geld was bedoeld voor 2019 en 2020. 9 miljoen euro was specifiek bedoeld voor weidevogelbeheer. Het is onduidelijk waar dit geld aan is besteedt en wat het effect is geweest van deze miljoeneninvestering. De Jagersvereniging riep destijds op om het geld maximaal te laten renderen door financiële investeringen te koppelen aan predatiebeheer.

Wat doen jagers?
Jagers ondersteunen behoud van een landschap waarin kwetsbare soorten zoals weidevogels een kans krijgen. Er zijn ruim 27.000 jagers actief bezig met natuurbescherming waar weidevogelbescherming deel van uit maakt. Hieronder valt onder andere nestbescherming, verbetering van landschap en predatorenbeheer. De Jagersvereniging vindt dat het herstel van weidevogelgebieden ruimhartig gestimuleerd moet worden door grondeigenaren te ondersteunen. Daarnaast pleit de Jagersvereniging voor het actief bejagen van vossen waarbij alle grondeigenaren in en rondom het weidevogelgebied meedoen. Verder kan het onaantrekkelijk maken van het landschap voor predatoren, bijvoorbeeld door het verwijderen van uitkijkpunten, ook bijdragen aan een betere leefomgeving voor de weidevogels.

Initiatiefnota CDA
CDA Tweede Kamerlid Maurits von Martels heeft op 2 november 2020 zijn initiatiefnota ‘Weidse blik op weidevogels’ ingediend. In deze initiatiefnota presenteert Von Martels een aantal aanbevelingen om het weidevogelbeleid in Nederland verder te verbeteren. Minister Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid) zal binnenkort met een reactie komen. Daarna zal de Tweede Kamer over de nota discussiëren. Lees hier meer over de initiatiefnota.

Campagne Dierenbescherming strandt in verschillende provincies

By | Uncategorized | No Comments

Foto: faunabeheereenheden | De campagne van de Dierenbescherming om de jacht op haas en konijn te sluiten strandt nu al in diverse provincies. De ochtend nadat minister Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) de rode lijst presenteerde waarop ook haas en konijn bleken te staan, lanceerde de Dierenbescherming een landelijke campagne tegen de jacht op deze wildsoorten.

Minister Schouten heeft bij de presentatie van de rode lijst al aangegeven niet van plan te zijn de jacht te verbieden, omdat haas en konijn wijdverbreid en in grote aantallen voorkomen. Nu probeert de Dierenbescherming het via de provinciale politiek. In Groningen, Limburg, Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland werden moties om de jacht te sluiten in Provinciale Staten weggestemd of niet eens in stemming gebracht. De Jagersvereniging blijft strijden voor het behoud van de jacht in Nederland.

Bericht aan de Friese jagers, leden van de KNJV

By | Uncategorized | No Comments

Bericht aan de Friese jagers, leden van de KNJV

Langs de Friese kust zijn de afgelopen dagen tientallen dode watervogels aangetroffen, voornamelijk brandganzen, maar ook smienten, wulpen en een aantal grauwe ganzen. Uit onderzoek door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is duidelijk geworden dat de vogels zijn doodgegaan aan Vogelgriep, type H5N8 dat niet schadelijk is voor mensen, maar erg besmettelijk is voor vogels.

Wij adviseren U onderstaande in acht te nemen.

Siebren Siebenga

Voorzitter KNJV Afdeling Fryslân

Mocht U tijdens de jacht of schadebestrijding in uw jachtveld dode of zieke vogels aantreffen, dan adviseren wij U deze vogels uit voorzorg niet aan te raken, maar wel te melden en opsturen na melding (daar zijn geen kosten aan verbonden) bij DWHC of NVWA. In ieder geval wordt aangeraden om daarbij de nodige hygiënemaatregelen te treffen als u ze opstuurt.

  • Enkele dood gevonden dieren melden bij het DWHC (tel 030 – 253 79 25);
  • Meer dan 3 dode dieren op een plek melden bij de NVWA (tel. 045 – 546 31 88)


Voorts adviseren wij:

  • Jagers die op pluimveebedrijven komen niet op waterwild te jagen.
  • Gezonde vogels die in een gebied zijn geschoten waar vogelgriep kan voorkomen, niet door het hele land verspreiden.  
  • Bezoek geen pluimveebedrijven of uitlopen van pluimveebedrijven als in Nederland sprake is van een uitbraak of dreiging daarvan. Pluimveehouders die ook jagen op watervogels wordt aangeraden in uitbraakperioden niet te jagen op waterwild, direct of indirect, met watervogels in contact te komen en ze ook niet mee te (laten) brengen naar hun bedrijf;
  • Dat geldt ook voor jagers die de bestrijding van ratten of vossen op pluimveebedrijven uitvoeren. Kom niet in de uitlooprennen of op bedrijven.

Bron: FBE Friesland

Uitbraak vogelgriep Lutjegast: gedeeltelijk jachtverbod op wilde watervogels

By | Uncategorized | No Comments

Foto: jagersvereniging.nl | Er is een uitbraak van vogelgriep op een pluimveebedrijf in Lutjegast (Groningen) vastgesteld. 

De overheid heeft een regeling beperkende maatregelen ingesteld, waaronder een gedeelteijk jachtverbod in een gebied van 10 kilometer rondom het getroffen bedrijf (kaart). In dit gebied mogen wilde watervogels niet bejaagd worden.

Andere jachtactiviteiten mogen wel plaatsvinden, mits er geen wilde watervogels worden verstoord. We hebben de besturen van de Wildbeheereenheden ter plaatse zojuist geïnformeerd.

Daarnaast is er per direct een vervoersverbod voor pluimveebedrijven afgekondigd in een zone van 10 kilometer rond het bedrijf in Lutjegast. Alle huidige landelijke maatregelen, zoals de ophokplicht voor commercieel gehouden pluimvee, blijven onverkort van kracht. Ook zijn dierentuinen, kinderboerderijen en eigenaren van hobbyvogels verplicht hun pluimvee en watervogels af te schermen.

Wat jagers kunnen doen
Er zijn steeds meer meldingen van met vogelgriep besmette dieren in Nederland. Dit kunnen jagers doen om besmettingen te voorkomen:

  • Alert zijn en de berichtgeving volgen;
  • Dode, zieke of verzwakte vogels in het veld uit voorzorg niet aanraken, maar wel melden en opsturen na melding. Via deze link vindt u contactgegevens van instanties waar u dit kunt melden;
  • Voorkomen dat dode dieren in het water achterblijven;
  • Neem geen vogels mee uit gebieden waar uitbraken voorkomen of besmetting is vastgesteld.
  • Bezoek geen pluimveebedrijven of uitlopen van pluimveebedrijven als in Nederland sprake is van een uitbraak of dreiging daarvan. Pluimveehouders die ook jagen op watervogels wordt aangeraden in uitbraakperioden niet te jagen op waterwild, direct of indirect, met watervogels in contact te komen en ze ook niet mee te (laten) brengen naar hun bedrijf;

Dat geldt ook voor jagers die de bestrijding van ratten of vossen op pluimveebedrijven

CDA stelt Kamervragen over de Rode Lijst zoogdieren

By | Uncategorized | No Comments

Foto: nl.wikipwsia.org |

CDA Tweede Kamerlid Maurits von Martels heeft op 9 november Kamervragen gesteld over de recent gepubliceerde Rode Lijst zoogdieren. De Jagersvereniging is kritisch over het rapport wat hieraan ten grondslag ligt en de criteria van de Rode Lijst. Von Martels deelt die kritiek en stelde de onderstaande vragen aan minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid.

Om de Rode Lijst zoogdieren vast te stellen heeft de Zoogdiervereniging het ‘Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020’ opgesteld. Von Martels vraagt zich af of bij de aanbesteding er andere geïnteresseerde partijen waren en hoe de minister tot haar keuze kwam voor de Zoogdiervereniging. Ook vraagt hij de minister hoe de objectiviteit en onafhankelijkheid van de opstellers geborgd wordt.

Gegevens verzamelen: toeval of gericht monitoren?
Voor het vaststellen van de aantallen haas en konijn is er sinds de jaren ’90 het monitoringsprogramma dagactieve zoogdieren, uitgevoerd door vrijwilligers (vogelaars) van SOVON. Daarin wordt aan vogelaars gevraagd om naast het monitoren van vogels ook de zoogdieren die zij tegenkomen te noteren. Dit is geen gerichte telling voor zoogdieren en wordt ook niet landsdekkend uitgevoerd. Dit in tegenstelling tot de tellingen van de Wildbeheereenheden (WBE) in Nederland. Jagers kunnen daarbij ook gebruik maken van nacht- en warmtebeeldkijkers, waardoor men een veel beter beeld krijgt van de aantallen zoogdieren in het veld.

Von Martels vraagt terecht waarom er voor het vaststellen van de Rode Lijst zoogdieren gebruik wordt gemaakt van een telmethode waarin zoogdieren ‘bijvangst’ zijn. Ook vraagt hij de minister waarom de cijfers van de WBE’s niet worden meegenomen. Als De Jagersvereniging door het ministerie van LNV en de Zoogdiervereniging betrokken was geweest bij dit project, had men dit verder uit kunnen zoeken. Helaas is dit niet gebeurd.

Criteria
Voor de Rode Lijst hanteert het ministerie van LNV een aantal vaste criteria. Zo wordt de populatietrend van de soort berekend van 1950 tot nu. Von Martels is hier verbaasd over en vraagt zich of hoe relevant deze trend is als er niet wordt gecorrigeerd voor veranderingen in het landschap.

Ter vergelijking: de Europese Rode Lijst voor zoogdieren kijkt veel minder ver terug. Die hanteert een periode van 10 jaar om te kijken of de stand van hazen en konijnen toe- of afneemt. Als we die regel toepassen op de Nederlandse situatie, dan zouden beide soorten niet voor de rode lijst kwalificeren. Von Martels vraagt aan de minister waarom hier niet voor gekozen en of het klopt dat, bij gebruik van een kortere periode, het haas en konijn niet op de Rode Lijst zouden zijn gekomen?

Onafhankelijke autoriteit faunagegevens
De Jagersvereniging pleit voor een onafhankelijke Autoriteit Faunagegevens. Dat pleidooi neemt Von Martels over en hij vraagt de minister of zij dit kan meenemen in haar plannen voor de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF moet in de toekomst openbaar toegankelijk zijn; De Jagersvereniging ziet graag dat daarbij ook een Autoriteit Faunagegevens wordt aangewezen die staat voor objectiviteit en onafhankelijke validatie.

Kamervragen
Vraag 1

Is er bij de aanbesteding van de opdracht ‘Basisrapport Rode Lijst Zoogdieren 2020’ naast de Zoogdiervereniging interesse geweest van andere partijen, zoals de Wageningen University & Research (WUR)? 1)

Vraag 2

Denkt u dat het beter zou zijn om voor onafhankelijke partijen te kiezen?

Vraag 3

Hoe waarborgt u de objectiviteit van de samenstellers, zeker als het private partijen zijn?

Vraag 4

Welke criteria zijn er gebruikt bij het samenstellen van de begeleidingscommissie van het basisrapport en was het de bedoeling dat daar ook belanghebbenden in plaatsnamen?

Vraag 5

Is er bij het externe commentaar op pagina 11 van het basisrapport ook terugkoppeling gevraagd van belanghebbenden? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

Was het voor belanghebbenden mogelijk om te reageren op het basisrapport? Zo ja, hoe heeft u dit georganiseerd? Zo nee, waarom niet?

Vraag 7

Kunt u verantwoorden waarom het rapport 1950 als basisjaar hanteert voor het vaststellen van de trend?

Vraag 8

Waarom wijkt de Nederlandse Rode Lijst voor wat betreft het vaststellen van de trend af van de criteria van de ‘International Union for Conservation of Nature and Natural Resources’ (IUCN) die kijken naar een trend op basis van de afgelopen tien jaar of drie generaties?

Vraag 9

Zou er, als er gekeken wordt naar een trend op basis van de afgelopen tien jaar of drie generaties om ook de populatietrend op langere termijn te kunnen beoordelen, dan niet gecorrigeerd moeten worden voor permanente veranderingen in het landschap?

Vraag 10

Is er voor permanente ruimtelijke veranderingen gecorrigeerd in de trendberekeningen? Zo nee, in hoeverre geeft die trend dan een reëel beeld van de populaties in dit rapport?

Vraag 11

Welke gevolgen heeft het voor het vaststellen van de Rode Lijst dat er gebruik wordt gemaakt van gegevens uit het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) waarvan bekend is dat dit geen landelijk dekkend netwerk heeft?

Vraag 12

In hoeverre denkt u dat ‘dag-actieve zoogdieren’-monitoring de meest ideale vorm van monitoren is?

Vraag 13

Is het in het geval van zoogdieren als de haas en het konijn mogelijk om een monitoringsprogramma te gebruiken dat specifiek gericht is op het monitoren van deze soorten? Zo nee, waarom niet?

Vraag 14

Waarom is in het basisrapport in 2020 geen gebruik gemaakt van de informatie en tellingen van en door Wildbeheereenheden (WBE)?

Vraag 15

Denkt u niet dat het relevant is, gezien het gebruik van de WBE-data in de provincies, om deze data ook te gebruiken bij het vaststellen van de nationale Rode Lijst? Zo ja, gaat u dit in de nabije toekomst aanpassen?

Vraag 16

Bent u op de hoogte van de reactie van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging waarin wordt aangegeven dat er vanuit de WBE-data een ander beeld ontstaat over de trend van de haas en wat is uw reactie hierop?

Vraag 17

Bent u ervan op de hoogte dat wanneer men rekent met de WBE-data en gebruik maakt van de trend op basis van de laatste tien jaar, de haas en het konijn niet geclassificeerd hoeven te worden als ‘gevoelig’ en wat is uw reactie hierop?

Vraag 18

Bent u het licht van het transitieplan van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) voornemens om een landelijke autoriteit aan te wijzen voor faunagegevens?

Vraag 19

Kunt u beloven dat er een transparant proces komt voor validatie van gegevens in de NDFF?

Vraag 20

Waarom blijven predatoren zoals vos, ooievaar, kraai, marters et cetera buiten beeld in het rapport voor wat betreft predatie die een negatieve invloed hebben op de populatie van hazen en konijnen, terwijl wel gesteld wordt dat predatie door gedomesticeerde katten een negatieve invloed heeft op de populatie van hazen en konijnen?

Vraag 21

Kan de bewering in het rapport dat konijnen te lijden hebben onder de hoge stikstofdispositie verder worden onderbouwd?

1) NOS, 3 november, ‘Konijn en haas op rode lijst met bedreigde zoogdieren, otter en zeehond eraf’ (https://nos.nl/l/2355054)

Poes in de mand

By | Uncategorized | No Comments

veel aandacht, toch veel manden leeg – Nieuwe Oogst

De campagne ‘Kuikens in het land, poes in de mand’ heeft succesvol aandacht getrokken op sociale media. Toch lopen er op het land nog steeds te veel katten. 

Uit onderzoek blijkt dat katten een grote rol spelen in de predatie van weidevogelkuikens. Katten leggen veel kilometers af door weilanden waarbij ze ook op jonge kuikens jagen. De agrarische natuurvereniging Noardlike Fryske Wâlden en de Bond Friese Vogelwachten startten daarom samen de campagne ‘Kuikens in het land, poes in de mand’. Het bereik via sociale media was enorm. Het meten van gedragsverandering is lastiger. In het veld is niet aangetoond dat er duidelijk minder katten in de nachtelijke uren de hort op waren. Daarom gaan de organisaties in 2021 en 2022 door met deze bewustwordingscampagne. Bron: KNJV

Aanmelden voor automatische taxatie faunaschade

By | Uncategorized | No Comments

Foto: NOJG | Vanaf 1 november 2020 is het in Fryslân, Groningen, Gelderland en Utrecht weer mogelijk percelen aan te melden voor automatische taxatie van ganzenschade in het seizoen 2020-2021. Agrariërs die vanwege vorige automatische taxaties al bekend zijn bij BIJ12, hebben hierover persoonlijk bericht ontvangen.

Bent u agrariër en beheert u percelen binnen een aangewezen ganzenfoerageer-, of ganzenrustgebied in de provincies Fryslân, Groningen, Gelderland of Utrecht? Dan komt u in aanmerking voor een tegemoetkoming voor faunaschade op basis van een automatische taxatie.

Voor de automatische taxatie is het belangrijk dat u zich registreert in het online portaal MijnFaunazaken van BIJ12 en uw percelen zo vroeg mogelijk aanmeldt. Doe dit uiterlijk vóór 15 februari 2021. Voorheen hoefde u uw percelen niet zelf aan te melden. Sinds 2019 is dit echter nodig om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in faunaschade.

Dit bericht is in zijn geheel overgenomen van de website van BIJ12

Lees het hele bericht op de website van BIJ12

Aanmelden voor automatische taxatie faunaschade